Financieel plan template: projecties die standhouden
Financieel plan template: projecties die standhouden
Financieel plan template: projecties die standhouden
Wat oprichters geloven over een financieel plan template
"Stuur me gewoon een financieel plan template, dan vul ik de cijfers zelf in voor vrijdag." Die vraag komt meestal enkele dagen voor een afspraak bij de notaris. Het model staat binnen tien minuten in de mailbox. Het invullen kost daarna nog weken, niet omdat de tabellen ingewikkeld zijn, maar omdat achter elk vakje een beslissing zit die nog niet is genomen: hoeveel mensen in maand acht, welke betalingstermijn aan klanten, welk deel van de omzet is terugkerend.
De aanname achter de vraag is begrijpelijk. Een financieel plan lijkt op een formulier. Er staan honderden versies online, als financieel plan voorbeeld in Excel of in pdf, en de meeste zien er verzorgd uit. Wie zo'n voorbeeld financieel plan downloadt, heeft het gevoel dat het werk half klaar is. In de praktijk is de opmaak het eenvoudigste deel van de oefening.
Wat de praktijk laat zien
Een gedownload model is intern altijd consistent. De formules kloppen, de balans sluit, de grafiek loopt netjes op. Dat is precies waarom het zo weinig zegt. Bij een bank of bij een investeerder kijkt de lezer niet naar de sluitende balans maar naar het blad met aannames, en dat blad is in de meeste voorbeelden leeg gelaten of blijft staan op de standaardwaarden van wie het model ooit maakte.
Het tweede patroon is subtieler. Een template legt een vorm op, en de ondernemer schrijft zijn bedrijf naar die vorm toe. Een model met twaalf omzetlijnen krijgt twaalf omzetlijnen, ook als de vennootschap één product verkoopt aan twee soorten klanten. Een model zonder rij voor werkkapitaal levert een plan waarin de kas in maand vijf leeg is terwijl de resultatenrekening winst toont. Het model antwoordt op de vraag hoe een financieel plan eruitziet. Het antwoordt niet op de vraag hoe u er zelf een opstelt.
De opmaak die het WVV oplegt aan een BV
Voor een BV is dit geen vrije oefening. Artikel 5:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) bepaalt dat de oprichters vóór de oprichting aan de optredende notaris een financieel plan overhandigen "waarin zij het bedrag van het aanvangsvermogen verantwoorden in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid". Sinds het WVV het minimumkapitaal voor de BV liet vallen en verving door de eis van een toereikend aanvangsvermogen, is dat plan het enige document waarin die verantwoording zwart op wit staat.
Artikel 5:4 WVV vraagt minstens zeven dingen, en op elk daarvan blijft een gratis model steken. Waar de wet een nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid vraagt, krijgt u een titelblad met de naam van de vennootschap. Waar de wet een openingsbalans en geprojecteerde balansen na twaalf en na vierentwintig maanden vraagt, volgens het schema voor microvennootschappen van artikel 3:3 WVV, krijgt u een balans op één moment, zonder schema. En waar de wet een beschrijving vraagt van de aannames achter de omzet- en rentabiliteitsschattingen, krijgt u op zijn best percentages zonder onderbouwing. Dezelfde kloof loopt door de resultatenrekening, de begroting en de naam van de externe deskundige: telkens vraagt de wet een onderbouwd document over twee jaar, en levert het gratis model een momentopname zonder verantwoording.
Twee jaar is de bodem, niet het doel. Een andere periodiciteit mag, per kwartaal of per maand, zolang de projecties die volle twee jaar dekken.
Het plan dat de notaris bewaart, kan later op een rechtbank liggen
De notaris toetst de inhoud niet. Hij vraagt het plan op, controleert of het er is en legt het in het dossier. Daar houdt zijn rol op, en dat verklaart waarom zoveel plannen in twee avonden in elkaar worden gezet. Wat het document werkelijk doet, blijkt pas als het misloopt.
Gaat de vennootschap failliet binnen drie jaar na het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, dan kunnen de oprichters op grond van artikel 5:16, 2° WVV hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de verbintenissen van de vennootschap, wanneer het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over minstens twee jaar. De curator brengt die vordering in namens de schuldeisers, en de rechter-commissaris of het openbaar ministerie vraagt het plan op bij de notaris. Het document dat niemand ooit las, wordt dan het bewijsstuk.
Het woord kennelijk doet daar veel werk. De rechter beoordeelt marginaal en toetst aan de maatstaf van een normale, vooruitziende en zorgvuldige oprichter. Een plan met eigen aannames, met een pessimistisch scenario en met een zichtbare berekening van hoe lang het geld meegaat, houdt in die toets stand, ook als de werkelijkheid anders liep. Een leeg model met de standaardcijfers van iemand anders houdt geen stand.
De bank en de investeerder lezen niet hetzelfde plan
Wie na de oprichting krediet gaat vragen, komt in een ander register terecht. De checklist van VLAIO voor het opmaken van een kredietdossier is daar expliciet over: de neergelegde jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren, recente tussentijdse cijfers, een kasplanning waarin alle verwachte inkomsten en uitgaven per maand staan, en drie scenario's: een realistisch, een pessimistisch en een optimistisch. Twee drempels staan er becijferd. De verwachte cashflow moet zeker 25% hoger liggen dan de aflossingen van kapitaal en rente, en de eigen inbreng bedraagt minimaal 10% en eerder 20 à 40% van het investeringsproject. Wie aankomt met een plan dat exact break-even draait op de aflossing, krijgt geen onderhandeling maar een afwijzing.
Voor een vennootschap met historiek gaat de discussie zelden over de projectie zelf. Ze gaat over het vertrekpunt: welke kosten in het referentiejaar eenmalig waren en welke terugkeren. Dezelfde oefening die bij een verkoop de prijs beweegt, bepaalt hier de kredietcapaciteit, en wie de logica van EBITDA-normalisatie kent, verdedigt zijn vertrekpunt beter.
Een investeerder stelt weer andere vragen. De geprojecteerde balans na vierentwintig maanden interesseert hem nauwelijks. Hij zoekt drie dingen in het model:
- Hoeveel maanden loopt de vennootschap vooruit op het geld dat nu wordt opgehaald, en welke mijlpaal is dan bereikt?
- Welke aanname draagt het grootste deel van de omzetgroei, en wat blijft er van het plan over als die aanname halveert?
- Welk bedrag is nodig om de volgende ronde te halen, en wat betekent dat voor de aandelen van de oprichters?
Die laatste vraag verlaat het financieel plan en komt uit in de cap table. Het bedrag dat u ophaalt en de waardering die u verdedigt, bepalen samen de verwatering die u in deze en de volgende financieringsronde slikt. Dat is ook de reden waarom een geloofwaardig model de bedrijfswaardering naar boven duwt in plaats van de discussie erover te openen, en waarom het model klaar hoort te zijn voordat er een term sheet op tafel komt.
Van model naar plan: de aannames doen het werk
U kan een financieel plan opstellen in één namiddag. Het verdedigbaar maken kost langer, en de volgorde waarin u werkt bepaalt hoeveel langer. Begin niet bij de omzetlijn maar bij de driver eronder: aantal klanten, gemiddeld ticket, verlengingsgraad, uurtarief, bezettingsgraad. Zet tien van die parameters op één tabblad en laat de rest van het model er formules op bouwen. Dat geeft u wat een gedownload financieel plan voorbeeld in Excel nooit geeft: de mogelijkheid om tijdens een gesprek één getal te wijzigen en meteen te zien wat er verschuift.
Plan de kas per maand, niet per jaar. Een jaartotaal verbergt precies het moment waarop het misgaat. Zet werkkapitaal er expliciet in, met de betalingstermijn die uw klanten werkelijk aanhouden en niet de termijn op uw factuur, plus voorraad en btw. Bouw de drie scenario's er van het begin af aan in, want het pessimistische scenario is het enige dat u later toont aan wie twijfelt, en het is ook het scenario dat de toets van artikel 5:16 WVV moet overleven.
Over de vorm valt te onderhandelen. De opmaak van het financieel plan mag uw eigen structuur volgen, zolang de zeven onderdelen van artikel 5:4 WVV erin staan en de horizon twee jaar dekt. Over de timing valt niet te onderhandelen. Het plan hoort klaar te zijn voor het gesprek bij de notaris en voor de eerste bankvergadering, niet erna, want vanaf het eerste gesprek verankert het document wat u kan vragen.
De aanpak van dups
Wat u bij ons in handen krijgt is geen leeg rekenblad maar de verantwoording van uw aanvangsvermogen: tien eigen drivers op één tabblad, de kas per maand met de betalingstermijnen die uw klanten werkelijk aanhouden, de zeven onderdelen van artikel 5:4 WVV en een pessimistisch scenario dat in maanden uitdrukt hoe lang het geld meegaat. Daaronder ligt telkens dezelfde vraag, en het is de enige die op de dag van de oprichting niet meer open mag staan: welk bedrag brengt u in, en waarom draagt dat bedrag twee jaar normale bedrijvigheid?
Hebt u enkel dat plan en die verantwoording nodig, dan is Specialist Support de kortste weg. Is hetzelfde model het vertrekpunt van een kapitaalronde of van een overname die wij tot de closing begeleiden, dan hoort het in Full Deal Execution. Het blijft in beide gevallen één bestand: wat de notaris in zijn dossier legt, is wat u een jaar later bij uw bankier openslaat en wat een curator binnen drie jaar zou opvragen. Uw drivers narekenen en uw aansprakelijkheid als oprichter wegen, is bij ons dus niet te scheiden.
Begin desnoods zelf. Vertrek van ons template voor een financieel plan, vervang elke standaardwaarde door een eigen driver en laat de drie scenario's staan. Wilt u die aannames één keer tegengesproken horen voordat de notaris, uw bankier of een investeerder het doet, dan volstaat een werksessie met één van onze collega's.
Veelgestelde vragen
Waar vind ik een goed voorbeeld van een financieel plan?
Een bruikbaar voorbeeld financieel plan volgt de zeven onderdelen van artikel 5:4 WVV en bevat een apart blad met aannames. De technische nota van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen beschrijft die onderdelen. Een model dat u alleen tabellen geeft en geen ruimte voor eigen drivers, kunt u laten staan, want de cijfers erin zijn die van iemand anders. Op onze website kunt u een financieel plan template terugvinden.
Kan ik een financieel plan in Excel opmaken of moet het in een vast format?
Een financieel plan in Excel is perfect aanvaardbaar, en een pdf van datzelfde bestand is wat de notaris meestal ontvangt. Het WVV schrijft geen bestandsformaat voor. Het schrijft wel inhoud voor: openingsbalans en geprojecteerde balansen en resultatenrekeningen na twaalf en vierentwintig maanden, volgens het schema voor microvennootschappen van artikel 3:3 WVV.
Hoeveel jaar moet een financieel plan voor een BV vooruitkijken?
Minstens twee jaar na de oprichting. Dat is geen willekeurige termijn. Als de vennootschap binnen drie jaar failliet gaat, toetst de rechter of het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was voor een normale bedrijvigheid over precies die twee jaar. Een plan dat na twaalf maanden stopt, laat die toets onbeantwoord en laat de oprichters zonder verweer.
Thomas Samson, Associate bij dups
Laten we samen jouw volgende deal bouwen
Jouw sparringpartner voor kapitaalrondes, overnames en exits. We brengen juridische en financiële expertise, de snelheid van een ondernemer en directe toegang tot het juiste kapitaal.

